Inmiddels dooit het alweer, maar ik moet echt nog even vertellen over mijn schaatservaringen. Want als het vriest en de schaatsbaan is open, dan moet je schaatsen vind ik.
Het is minstens tien jaar terug sinds ik voor het laatst schaatste (de laatste vorstperiodes lag ik steeds in mijn kraambed) en ik had zelfs geen schaatsen meer. Op naar de schaatsenboer dus, die me een prachtig paar noren verkocht. Hoge, terwijl ik om lage gevraagd had, maar daar kwam ik pas achter op de ijsbaan.
Daar krabbelde ik een beetje vooruit, terwijl mijn enkels als een soort slapstick heen en weer wankelden. Man motiveerde me en gaf me tips. Werkelijk, ik deed helemaal niets goed. Maar het wél goed doen lukte ook niet. Desondanks bleven de tips van Mans zijde komen en had ik het alweer helemaal gehad. Na twee rondjes én twee hele dikke, blauwe knieën gaf ik het op. Wat een afgang. Man schaatste nog een paar rondjes, het leek wel alsof hij over het ijs vlóóg, en daarna was het tijd voor koek-en-zopie. Gelukkig, dat kon ik nog wel.
Volgens Man moest ik maar eens filmpjes kijken op internet om de techniek te leren en dat deed ik dus braaf. En inderdaad, op 'het droge' had ik de slag snel te pakken. Tijd om me maar weer eens op de ijsbaan te wagen. Een kwart rondje ging het goed, maar daarna begon de ellende weer. Mijn enkels wilden niet en bogen als riet in de wind alle kanten op. Mijn gewrichten deden zeer en deze keer hield ik het na drie rondjes voor gezien. Toch weer een rondje winst, da's al heel wat. Man gleed weer zonder moeite over het ijs. Wat is het toch oneerlijk verdeeld op de wereld.
Twee dagen later. Het leek Man een goed idee als ik eens ging oefenen op de ijsbaan, want het leek hem zo leuk als we samen konden schaatsen. Ik moest alleen, want we hadden geen oppas hadden voor de kinderen. Alleen het idee beangstigde me al. Samen met Man voelde ik me nog een beetje veilig voor honende blikken vanwege mijn gekrabbel, maar in mijn eentje kon ik me niet meer achter hem verschuilen. Toch was de wil om het eindelijk ook eens te kunnen sterker en dus toog ik heel alleen naar de ijsbaan. Ik durfde nauwelijks mijn schaatsen aan te trekken, bang om voor schut te staan tussen al die profs in hun aerodynamische schaatspakken en krabbelde het ijs maar weer eens op. Het eerste rondje was fantastisch! "Wie weet helpt oefenen dan toch", dacht ik even optimistisch. Helaas ging het daarna al gauw weer mis: mijn voeten knakten van binnen naar buiten en de gewrichten van mijn voeten voelden beurs en gekneusd aan. Tot overmaat van ramp werd ik ook nog aangesproken door een man die duidelijk wel een paar rondjes met mij wilde meeschaatsen. "Ja dahaaag", dacht ik, me schamend voor mijn oncharmante gestuntel op de baan, "daar begin ik dus echt niet aan." Ik bleef stokstijf stilstaan tot hij begreep dat er echt geen beweging in te krijgen was en afdroop. Daarna verliet ik maar weer eens de baan.
Hoezeer ik er ook naar uitkeek, inmiddels ben ik blij dat we niet meer kunnen schaatsen. Ik had het groter en leuker gemaakt dan het was. In mijn dromen had ik mezelf al vloeiend de Elfstedentocht zien rijden en beleefde ik kilometers vol schaatsplezier. Zoals wel vaker viel de werkelijkheid keihard tegen. Ik ben bang dat Man op zoek moet naar een ander schaatsmaatje.
Laatste reacties